de radioactieve bronnetjes plaatselijke of algehele verdoving toegepast. Hiervoor zal voorafgaand aan de behandeling een gesprek met de arts die de narcose geeft (de anesthesioloog) plaats vinden.
Ten behoeve van de inwendige bestraling worden holle buisjes of plastic slangetjes (de bronhouders) aangebracht in de holte of het weefsel waarin de kankercellen zich zouden bevinden. De bronhouders bevatten tijdens het inbrengen nog geen radioactief materiaal.
Hierna worden röntgenfoto's of een CT-scan gemaakt, waardoor de specifieke plaats van de bronhouders ten opzichte van tumorweefsel en gezond weefsel zichtbaar is. Daarna wordt met behulp van computers de dosisverdeling, de bestralingstijden en het bestralingsplan berekend.
de bestralingsbehandelingen
Nadat het bestralingsplan is goedgekeurd, wordt het radioactief materiaal in de bronhouders geplaatst. Vaak wordt hiervoor de buisjes verbonden met een speciaal apparaat die de radioactieve bolletjes automatisch naar de juiste plaats in de bronhouders stuurt, een zogenaamd after-loading apparaat. Zolang de radioactieve bolletjes in de bronhouder zijn, mag u geen bezoek ontvangen. Als de bolletjes weer terug zijn in het after-loading apparaat mag wel bezoek ontvangen worden.